uit het boekje
Achter (indien van toepassing)
Als het contact in stand ON wordt gezet
(motor loopt niet) terwijl de
veiligheidsgordel van de achterpassagier
niet is vastgemaakt, gaat het
desbetreffende waarschuwingslampje
branden tot de gordel is vastgemaakt.
Vervolgens gaat het desbetreffende
waarschuwingslampje gedurende
ongeveer 35 seconden branden als één
van de volgende situaties zich voordoet;
- u start de motor maar de
veiligheidsgordel achter is niet
vastgemaakt.
- u rijdt harder dan 9km/h en de
veiligheidsgordel achter is niet
vastgemaakt.
- de veiligheidsgordel achter wordt
losgemaakt terwijl u langzamer dan 20
km/h rijdt.
Als de veiligheidsgordel achter wordt
vastgemaakt, zal het
waarschuwingslampje onmiddellijk
doven.
Als de veiligheidsgordel achter wordt
losgenomen bij een snelheid die hoger is
dan 20km/h, zal gedurende 35 seconden
het bijbehorende waarschuwingslampje
gaan knipperen en de
waarschuwingszoemer klinken.
Als de veiligheidsgordel binnen 9
seconden tweemaal wordt vastgemaakt
en losgenomen nadat de gordel is
omgedaan, zal het
waarschuwingslampje voor de
veiligheidsgordel niet werken.